Overheidsprofessionals werken aan nieuwe rollen

Leren in organisaties wordt steeds meer vanzelfsprekend onderdeel van het dagelijks werk.
Er ontstaat een bewustzijn dat het zelflerend vermogen op gang brengt en versterkt. Zowel bij individuele medewerkers als in teams en breder. In overheidsorganisaties óók samen met burgers, bedrijven en maatschappelijke instellingen; de netwerksamenleving in de praktijk.

Dit alles is een gevolg van de technologische mogelijkheden en trends als “het nieuwe werken”, meer zelfsturing en minder management en de voortdurend veranderende omgeving van organisaties, waar snel op moet worrden ingespeeld. Voor overheidsorganisaties en de medewerkers betekent dat een zoektocht naar nieuwe positionering en nieuwe rollen als onderdeel van de netwerksamenleving, die verrassend creatieve en innovatieve oplossingen oplevert. Tegelijkertijd zien we de worsteling om vertrouwde werkwijzen los te laten en nieuwe wegen in te slaan, met minder kaders die houvast bieden.

De publicatie Overheidsprofessionals werken aan nieuwe rollen toont met vele praktijkvoorbeelden dat die beweging richting zelflerende gemeentschappen niet meer te stoppen is. Én biedt ‘tips & trics’ om het zelflerend vermogen in organisaties te stimuleren. Onderbouwd met wetenschappelijke inzichten die verhelderen wat leren effectief maakt.

Overheidsprofessionals werken aan nieuwe rollenDeze publicatie is het resultaat van een samenwerking tussen de Vereniging Nederlandse Gemeenten en het A+O fonds gemeenten.

De publicatie is hier te downloaden: AO_gemeenten_rapport_overheidsprofessionals_08-05-2015

Advertenties

Samen het wiel uitvinden; leren in 3D

Vage titel, hoor ik u denken. Toch dekt het wel de lading van dit betoog:

3D staat in dit geval voor de 3 decentralisaties in het sociale domein, die zo ongeveer een aardverschuiving teweeg brengen bij de gemeentelijke organisaties. Hoe gemeenten vanaf 1-1-2015 de Participatiewet, de jeugdzorg en ouderenzorg gaan uitvoeren, beheren en inkopen, is voor alle betrokkenen een zoektocht. Voor veel gemeenteambtenaren vraagt het om een compleet nieuwe manier van werken.

Stel je voor: van ervaren rechtmatigheidscontroleur wordt je opeens geacht meedenkend partner te worden aan de keukentafel van de hulpvragende burger. In plaats van een checklist af te vinken en op basis van het aantal vinkjes te concluderen dat deze bewoner inderdaad recht heeft op een traplift, ga je vanaf nu samen met die bewoner onderzoeken wat er nog wél mogelijk is, ondersteund door familie, vrienden en buren.

Een ware metamorfose, waarvoor geen pasklare cursussen bestaan om je die nieuwe vaardigheden eigen te maken, maar die je samen al doende onder de knie moet krijgen. En je manager moet jou de ruimte geven om zelfstandig aan die keukentafel beslissingen te kunnen nemen en zo nodig nieuwe wegen in te slaan om een hulpvraag effectief te tackelen. Ook voor de manager een leerproces; loslaten, niets doen, ‘op je handen zitten’.

Dat betekent op alle niveaus in de gemeentelijke organisatie: pionieren, uitproberen en intensief met collega’s in gesprek blijven over wat werkt op basis van opgedane ervaringen.

Die ervaringen zijn overigens breder dan alleen het sociale domein. Onder het motto ‘Nu al eenvoudig beter’ experimenteren gemeenten al met mogelijkheden die de nieuwe Omgevingswet vanaf 2018 gaat bieden. En in de zgn. ‘WMO-werkplaatsen’ worden al sinds 2009 nieuwe werkwijzen ontwikkeld voor de zorg- en welzijnsector.
Voor nog meer inspiratie is “Sociaal doe-het-zelven” een aanrader.

Door ervaringen met elkaar te delen krijgt de ‘transformatie’ in denken en doen gaandeweg vorm. Vanuit de VNG – die collegiaal kennisdelen kosteloos faciliteert – zien we dat die kennisuitwisseling heel krachtig kan zijn. Een nieuwe manier van leren, waar gebaande paden om te leren ontbreken. We noemen het ‘lerend werken’ en zoeken praktijkvoorbeelden in het land waarmee andere gemeenten hun voordeel kunnen doen. En we organiseren bijeenkomsten voor collegiaal leren in het land.

De eerste groep professionals met wie we – samen met het AenO fonds gemeenten – aan de slag zijn gegaan, is HRM. Was het beeld van de leerbehoeften in eerste instantie diffuus, langzamerhand zien we een lijn en concretere vragen, bijvoorbeeld over benodigde capaciteit en ontwikkeling van nieuwe HR-instrumenten, omdat de traditionele niet altijd goed aansluiten bij de behoeften. Ook komen ‘good practices’ langzaam boven drijven én online beschikbaar. Een groep ervaren gemeentelijke HR-professionals begeleidt bijeenkomsten in de regio’s.

De volgende gemeentelijke doelgroep met wie we kennisuitwisseling gaan starten, zijn de inkopers, die voor het eerst contracten afsluiten met zorg- en welzijnsinstellingen. Van de ervaringen die zijn opgedaan, zal ook deze beroepsgroep elkaar veel kunnen leren, is de verwachting. Rond vragen als “Wat ging goed? Wat kunnen we de volgende keer beter doen? Wat hebben we daarvoor nodig? Hoe kunnen we elkaar daarbij beter benutten” etc. worden binnenkort de eerste bijeenkomsten gepland.

Klik voor meer informatie en contactgegevens

no-thanks-were-too-busy